De macht van satan

 

Het is woensdagmorgen. Ik sta op het busstation van Quevedo te wachten op de bus. Het is zoals altijd een drukte van belang. Tussen de vele reizigers proberen verkopers etenswaren aan de man te brengen. Bagagesjouwers lopen rond en proberen mensen te vinden die hulp nodig hebben. Bussen rijden af en aan. Nieuwe, glimmende bussen van de duurdere maatschappijen wisselen zich af met oude, ronkende en rokende bussen van de goedkopere. De  bus is in Ecuador het vervoermiddel bij uitstek. Er zijn geen treinen en vliegen is duur. Busstations in Ecuador zien eruit als treinstations of hebben zelfs soms de omvang van een vliegveld. 

Deze dag hoop ik naar Machala te reizen. De zendingspost die het meest ver weg ligt vanaf Quevedo. Met de bus zo’n zeven uur reizen. Met een kleine vertraging komt de bus aanrijden. Ik geef mijn bagage af en neem plaats. Nog even op mijn telefoon kijken. De komende dagen moet ik mijn vrouw en kinderen weer achterlaten. Altijd lastig, als je op zo’n grote afstand bent van huis. Er zijn geen familieleden om op terug te vallen. Er zijn geen andere Nederlanders in de buurt. 

Ik zie dat mijn vrouw me een berichtje heeft gestuurd. ‘Hij staat er weer.’ Ik weet onmiddellijk wat ze bedoelt. Met enige regelmaat kwam er een jongeman om geld vragen bij ons huis. Vaak stuurden we hem weg en soms hielpen we hem. Ergens had hij iets geheimzinnigs over zich. Alsof hij niet helemaal te vertrouwen was. Hij was eigenlijk al maanden niet geweest, maar nu, precies nu ik net in de bus zit, staat hij er weer. Hij bezorgt het thuisfront een onbehagelijk gevoel van onveiligheid. Wat kan mijn vrouw het beste zeggen tegen hem? Dat ik een paar dagen van huis ben? Dat kan wel eens op verkeerde ideeën brengen… 

Dit soort ‘toevalligheden’ gebeuren zo vaak dat het voor ons allang geen ‘toevalligheden’ meer zijn. Het is al vaker gebeurd dat één van onze kinderen ineens (hoge) koorts krijgt, precies als ik een paar dagen niet thuis ben en het erg lastig is om naar de dokter te gaan. Zo zou ik meer voorbeelden kunnen noemen. Het is soms echt om moedeloos van te worden. 

En precies dat laatste maakt het geen toeval. Het is om moedeloos te maken. Het laat helder zien dat we leven en werken in bezet gebied, dat we strijden aan de frontlinie. Satan regeert in dit gebied. Dat is merkbaar. De macht van de boze is soms voelbaar aanwezig in de wijk waar onze kerk staat. Een wijk die bekend staat om de vele brujas, de mensen die hekserij bedrijven. Ze kunnen worden ingehuurd om iemand te vervloeken (en dat werkt). Bijgeloof en angst zijn machtige wapens die gevreesd worden door velen. Satan is de machtige heerser in vele levens. Zijn wapens zijn talrijk. De vele verslavingen, de gebrokenheid in de gezinnen en de lege levens zijn het zichtbare resultaat. 

Als er in zo’n omgeving zending wordt bedreven in Naam van Jezus Christus, Die alle macht gegeven is in de hemel en op de aarde, is dat een directe bedreiging voor satans macht. Dat maakt dat al deze ontmoedigingen in een heel ander perspectief komen te staan. We zijn hier ongewenste vreemdelingen. En dus valt satan aan. Als een briesende leeuw. Angstaanjagend concreet voelbaar. Nietsontziend. Zelfs het leven van één van onze kinderen heeft hij geprobeerd te nemen. Hier hebben we moeten leren bidden: ‘Verlos ons van de boze.’ 

We moeten regelmatig denken aan het volk Israël in de woestijn. Het volk werd vaak aangevallen door vijandige volken. Vielen zij aan op de bewapende en goed getrainde voorhoede? Nee, ze vielen de achterhoede aan. Daar, waar de vrouwen en de kinderen liepen. Weerloos en onbewapend. Satan is in al die duizenden jaren niet veranderd. Dezelfde lafhartige manier van aanvallen kenmerkt deze machtige, duistere vijand. En allen die in Gods dienst een bedreiging voor hem vormen, zullen dat herkennen. 

Toch is er hoop voor allen die gehoor gaven aan de opdracht van Christus: ‘Gaat dan heen…’ De grote opdracht van de kerk wordt als het ware volledig omringd door de troostende kracht van Christus’ beloften: ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.’ Dat biedt troost en houvast, maar… het maakt het niet minder onaangenaam. 

Merkt u dat u een bedreiging bent geworden voor het rijk van Satan?

Peter Fris is evangelist in Quevedo. Deze tekst verscheen eerder als column in het blad 'Om Sions Wil'.