Een sterfgeval in Ecuador vraagt openlijk aandacht

In een land als Ecuador lijken leven en dood veel dichter bij elkaar te liggen dan in Nederland. Dat heeft verschillende redenen. Eén van die redenen is dat mensen hier vaker worden geconfronteerd met een onverwachts overlijden. Onveilige werkomstandigheden zorgen voor veel ongelukken. Maar vooral het chaotische verkeer heeft daar een belangrijk aandeel in. De vaak slecht onderhouden auto’s en de vele motoren waar soms wel een hele familie van vijf personen op zit, zonder helm, maken dat er vaak ongelukken gebeuren. Ongelukken met een vaak ernstige en soms ook dodelijke afloop. 

De manier waarop een overlijden zichtbaar is in het dagelijks leven is totaal anders. Als er iemand overlijdt, wordt de weg waar diegene woont afgezet en wordt er een grote tent midden op straat gezet, met daaronder plastic stoelen en tafels voor de familie en vrienden. Het maakt niet uit of dat nu een zijstraat of een hoofdweg betreft. De verkeersdoorstroming doet er niet toe. De auto’s moeten maar een dag omrijden. De dagelijkse gang van zaken wordt dan even verstoord. Dat geeft indirect een treffende boodschap af: Gedenk te sterven! 

Wat mij altijd treft is de snelheid waarmee iemand begraven wordt. De dag na het overlijden vindt de begrafenis plaats. Geen week van rouw. Nauwelijks tijd om afscheid te nemen. Bij een overlijden wordt allerijl de gehele familie opgeroepen, die vaak verspreid over het land woont. De hele nacht door wordt er gerouwd. Bij niet-christenen betekent dat een nacht met harde muziek en veel drank, om zo het verdriet te verdringen en te verdrinken. De volgende dag gaat de familie met een grote stoet dwars door het centrum van de stad, vaak eerst naar de centrale rooms-katholieke kerk, en vandaaruit naar de begraafplaats. Ook dan wordt het drukke verkeer opgehouden en geconfronteerd met de eindigheid van het leven. 

Als ik zo’n stoet zie lopen, bedenk ik dat de betreffende familie wellicht de dag daarvoor nog volledig onwetend was van hetgeen wat ze vandaag meemaken. Wellicht hebben ze het betreffende familielid de morgen daarvoor nog zien vertrekken op de motor naar het werk. Om nu, de dag daarna, het lichaam naar het graf te moeten dragen. 

Ook een familie uit onze gemeente werd ruw geconfronteerd met de eindigheid van het leven. Op een zaterdagmorgen zag ik dat ik die avond daarvoor een berichtje had ontvangen van een trouwe bezoekster van de kerk: 'Mijn man heeft een ongeluk gehad, zijn been wordt geamputeerd. We zijn in het ziekenhuis.' Snel belde ik haar op. Ik begreep dat ze de hele nacht in het ziekenhuis hadden gezeten, wachtend op nieuws. Haar man, een kerngezonde bouwvakker van een jaar of vijftig, was die nacht op de motor geschept door een auto. Hij was er ernstig aan toe. Ze wisten niet of hij nog leefde en hoe het met hem was, want ze hadden hem nog niet gezien. 

Later die dag hoorden ze dat hij wonderlijk genoeg nog leefde. Maar zijn linkerbeen en linkerarm waren zodanig verbrijzeld, dat ze beiden moesten worden geamputeerd. Hij was heel dicht bij de dood geweest. 

Drie dagen later werd hij al ontslagen uit het ziekenhuis. Niet omdat hij gezond genoeg was, maar omdat er geen geld was hem nog verder te laten behandelen. Thuis wordt hij door zijn familie verder verzorgd, en komt er af en toe een dokter langs om hem te controleren. Zo gaat dat hier. Goede zorg is er alleen voor hen die het kunnen betalen. Toch gaat het naar omstandigheden goed met hem. Zijn familie verzorgt hem. Maar de toekomst is heel onzeker. Hoe zal het verder gaan? Voor een bouwvakker zonder arm en been is er geen werk. Hij leeft nog, maar het is wel duidelijk dat het een ánder leven gaat zijn dan eerst. Van kostwinner naar hulpbehoevende. 

Samen spraken we erover. Hij bezocht de kerk niet. Zijn vrouw wel. Wat heeft de Heere er nu mee te zeggen? Het was hem wel heel duidelijk dat de Heere tot hem gesproken had door dit ongeluk. Samen lazen we het Woord, dat altijd woorden heeft, juist ook als wij geen woorden hebben. Samen dankten we de Heere, dat Hij hem had gespaard. Samen baden we. Of de Heere zijn hart wilde veranderen. De Heere sprak door middel van dit ongeluk, heel duidelijk. Maar of het genoeg is om zijn leven werkelijk te veranderen? De Heere is bij machte het te doen. Dan verliest hij wel een arm en een been, maar ontvangt hij Christus, Die het Leven is. 

 Peter Fris is evangelist in Quevedo. Deze tekst verscheen eerder als column in het blad 'Om Sions Wil'.