Achtergrond

Sommige zendingswerkers nemen hun gezin mee naar het zendingsveld. Dit heeft natuurlijk grote gevolgen voor het gezinsleven, het onderwijs en de opvoeding. Lees verder voor een inkijkje in de boeiende wereld van kinderen op het zendingsveld.

Opvoeden in een andere cultuur met Teun en Gerdien Hakvoort

1. Verrassend...
'Mam, hoe heet het ook alweer zo'n klep die boven de tuin hangt als de zon schijnt? Is dat een gazon?'
Ik kijk mijn tienjarige dochter niet begrijpend aan. 'Klep die je boven de tuin hangt?'
'Ja, tegen de zon!'
Nadenkend staar ik voor me uit, me afvragend wat ze bedoelt. Plotseling schiet ik in de lach. 'Je bedoelt een zonnescherm!'
'Ooh, ik dacht dat dat een gazon heette.'
Tja, het aanleren van een goede Nederlandse woordenschat is een extra taak. 

2. Treffend...
De badkamer binnen lopend, zie ik mijn vierjarig dochtertje een kleedje op de grond uitspreiden.
'Wat ga je doen?'
'Ik ga bidden.'
Even sta ik perplex. Ze wil op dezelfde manier gaan bidden als ze zo vaak bij haar moslimburen ziet. Wat ga ik nu zeggen?
'Aaah, ik begrijp het. Wat mooi dat je gaat bidden. Van de Heere mogen we dit overal doen en mag je ook zonder kleedje bidden.'

3. Op elkaar aangewezen...
In de verte hoor ik ze al aankomen. Ruziënd. In de klas was iets voorgevallen en thuis werd dit geschil voortgezet. Even later ontstond er discussie wie er 's avonds naar de juf zou gaan. Om te vervolgen met een ruzie over een buurmeisje, wiens vriendin dit nou was. Drie zusjes, in een klas van vijf kinderen. Een juf die ook tante, vriendin en blokfluit-juf is. Het wereldje van onze kinderen is soms maar klein.
Maar ook: wekelijks de catechismus bespreken met mijn dochter, omdat de juf daar niet aan toe komt; geregeld drie keer per dag samen zijn tijdens de maaltijd; de oudste twee die me helpen met het voorbereiden van de basisschoolwerkjes die ik drie ochtenden per week doe met onze kleuter.

4. Bevrijdend...
Ik kwam terug van de markt met een leuke tweedehands jurk voor mijn dochter. Toen ze hem aantrok, zag ik direct dat het om een nachtjapon ging. Maar ze was er zo blij mee dat ik het maar zo gelaten heb. Een jaar lang is het haar lievelingsjurk geweest. Wat heerlijk, dacht ik, geen kleding-groepsdruk!

5. Vormend...
Als christenkind leven te midden van veelal moslims. Christenen uit andere culturen ontmoeten en hun levensweg horen en zien. Onze kinderen mogen iets zien van de veelkleurigheid van Gods koninkrijk!

Mee-eten uit de Guinese pot, Aliëtte Hakvoort is het gewend.

Jilles Wassink over internationaal onderwijs

Als Nederlandse leerling in Albanië is het voor mij moeilijk om mee te draaien in het Nederlandse onderwijs. Daarom heb ik ervoor gekozen om naar een kleine internationale school voor zendingskinderen te gaan, waar dus alles in het Engels gebeurt. De school omvat meer dan twintig nationaliteiten, waarvan zeven in mijn klas. Ik heb klasgenoten uit Zuid-Korea, Duitsland, Guatemala, Canada, enzovoort. Dit vind ik geweldig: ik leer veel over verschillende landen en culturen.
Aan de andere kant mis ik mijn vertrouwde Nederlandse school wel. Daar hebben leerlingen dezelfde achtergrond en dan is het makkelijker om contact met elkaar te hebben. Vakken die Nederlands georiënteerd zijn, zoals Nederlands en geschiedenis, komen hier ook minder of anders aan bod.
Als ik zou moeten kiezen, zou ik toch hier blijven, omdat deze school mij een onschatbaar, globaal perspectief geeft op de wereld en mijn toekomst.

Jilles Wassink heeft veel internationale contacten.

Peter en Marije Fris voeden hun vier kinderen op in Ecuador

Opvoeden in een andere cultuur levert spanningen op. Eerst verandert de omgeving steeds. In de begintijd moesten we een aantal keer verhuizen in verband met de taalstudie. Dat geeft een stukje onzekerheid bij de kinderen. Ook blijft de taalbarrière lang een drempel voor de kinderen om echt vriendschap op te bouwen. Daarnaast is school heel anders. De kinderen krijgen veel huiswerk en moeten ook nog wereldschoolvakken volgen. Daardoor neemt ‘school’ een prominente plaats in het leven van de kinderen in.
Onze kinderen zitten op een school die in naam christelijk is. Maar er gebeuren dingen die je niet zou willen. De manier waarop het kerstfeest wordt gevierd is erg teleurstellend. Er is eigenlijk geen aandacht voor de kerstboodschap. Ook kijken de kinderen films in de klas die geen goede invloed op hen hebben. In Ecuador is het kijken van enge films heel gebruikelijk, waarna kinderen elkaar gaan bang maken. Daar staan wij absoluut niet achter.
Als ouders en kinderen groei je in deze omstandigheden sterk naar elkaar toe. Dat is iets moois. Maar het is ook weleens lastig. Je kunt niet zomaar even samen weg, omdat oppas regelen altijd moeilijk is; je vraagt niet even een familielid. De kinderen missen dus ook het contact met de familie. Fijn is het dan als er af en toe bezoek kan komen.
Thuis kun je goed je eigen opvoedingsideeën handhaven. Wel zien de kinderen zelf verschillen met bijvoorbeeld hun klasgenootjes. Op een kinderverjaardag vroeg een meisje: ‘Is het echt zo dat Anna geen pak slaag krijgt als ze een onvoldoende haalt?’ Dat was zo vreemd voor haar, dat ze het niet kon geloven. In Ecuador is er eigenlijk weinig aandacht voor het individu. Voor ouders is het vreemd om complimenten te geven aan hun kinderen. Daarin kunnen wij als gezin een voorbeeld zijn, door het juist wel te doen.

Voor de kinderen Fris neemt school een prominente plaats in hun leven in.