Werking van de Geest onmisbaar

Theologisch onderwijs op Papoea


Niet snel zal hij die dag vergeten: woensdag 9 juni 2010. J. IJsselstein wordt door ds. J.S. van der Net in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente van Zeist bevestigd tot dienaar van het Goddelijke Woord. Aansluitend wordt hij als zendingspredikant uitgezonden in dienst van Zending Gereformeerde Gemeenten. Bestemming Papoea, doel: theologisch onderwijs. De zendende gemeente is Houten, waarvan de familie IJsselstein lid is.

Door Just van Toor 

Het is niet de eerste keer dat ds. IJsselstein uitgaat in dienst van de zending. In het voorjaar van 1992 wordt hij vanuit de gemeente van Houten uitgezonden als tropenarts naar Nigeria. In verband met medische omstandigheden moet hij terugkeren naar Nederland. Hij gaat in de regio Rotterdam aan de slag als psychiater. Later begint hij in Houten een eigen praktijk. Daarnaast studeert hij theologie aan de Universiteit van Utrecht. Ds. IJsselstein vindt dat wie zich geroepen weet, alles in het werk moet stellen om zich voor te bereiden op een eventuele taak. Uitgaan in zendingsdienst lijkt echter een gesloten boek.

Van Houten naar Wamena

In mei 2006 wordt ds. IJsselstein aangenomen als student aan de Theologische School te Rotterdam. Na een jaar studie geeft hij te kennen na afronding van zijn studie uit te willen gaan als zendingspredikant. De Heere wijst de weg naar Papoea. Van psychiater in Houten tot zendingspredikant in Wamena. Het is een hele overgang. Daarover zegt hij in interview in het Reformatorisch Dagblad: 'Mijn leven gaat haaks de bocht om, maar wel in het vertrouwen dat God voor ons en voor onze vier kinderen zorgt. Wij dienen geen God Die de opdracht geeft om in Zijn Koninkrijk te dienen en vervolgens zou zeggen: ‘Verder moet je het zelf maar uitzoeken’. God regeert. Het is goed om alles van jezelf kwijt te raken en net als Abraham alles achter te laten: ons land, onze maagschap, ons vaders huis. Want je krijgt er van Hem zo veel voor terug' (RD, 10 juni 2010). Zo wordt hij na achttien jaar opnieuw uitgezonden.

Taalstudie

Enkele weken later vertrekt ds. IJsselstein met zijn vrouw en twee jongste kinderen Marije en Rutger naar Papoea. Nadat de nodige formaliteiten voor het visum zijn afgehandeld reist de familie verder. Van het eiland Papoea naar Yogyakarta op het Indonesische eiland Java. Daar wacht een periode van intensieve taalstudie. Elk gezinslid krijgt één-op-één taalles van een eigen lerares. Behalve tijdens de lesuren moet ook daarbuiten veel gestudeerd en vooral geoefend worden.
'Je moet bij nul beginnen. Dat is trouwens in het hele leven zo. In het begin voel je je onbeholpen, maar langzaam kun je je steeds beter redden. Eerst in het gewone leven van alledag, bijvoorbeeld bij het doen van de boodschappen. Op die manier gaat de taalstudie door. Ook op theologisch terrein moet je jezelf een heel nieuwe woordenschat eigen maken. En daarbij komt dat het Indonesisch dat de mensen op Papoea gebruiken, toch ook weer wat anders is dan het Indonesisch op Java. Eigenlijk houdt taalstudie nooit op. Een mens raakt nooit uitgeleerd.'

Oriëntatie

Halverwege oktober wordt de taalstudie op Java met goed gevolg afgerond en vertrekt familie IJsselstein naar Wamena, op Papoea. Ze gaan wonen in het huis waar eerst familie Guiljam gewoond heeft, die ondertussen gerepatrieerd is naar Nederland. Voordeel van deze woning is dat de theologische school op loopafstand is. Ook de afstand naar het kerkelijk bureau van de Gereja Jemaat Protestan di Indonesia (GJPI), onze zusterkerk op Papua, is eenvoudig te overbruggen. Aan het begin bivakkeert de familie tussen de dozen. Alles moet vanaf de kust worden ingevlogen en dat kost de nodige inspanning en tijd. Wanneer ze langzamerhand binnenshuis op orde zijn, kan er ook meer tijd besteed worden aan nadere kennismaking buiten de deur. Het plan daarvoor, en ook voor de verdere inwerkperiode, is opgesteld in goed overleg met de GJPI.
Op zaterdag 2 oktober wordt een welkomstbijeenkomst georganiseerd op de theologische school, waar ds. IJsselstein zal gaan lesgeven. Na diverse toespraken is er naar plaatselijk gebruik een kookputmaaltijd met varkensvlees, kip en zoete aardappelen. In overleg met ZGG en ds. Nekwek, de rector van de school, wordt besloten dat het eerste half jaar voornamelijk besteed zal worden aan oriëntatie. 'In het plan voor deze oriëntatietijd zijn eigenlijk allerlei dingen opgenomen. Om een paar voorbeelden te noemen: het doorgaan met de taalstudie, het bezoeken van verschillen posten, maar ook het bezoeken van andere theologische opleidingen in Indonesië. Die zijn er ook op Papoea. Daarnaast staat de school op Bali op het programma. Als deze periode is afgerond, ga ik beginnen met lesgeven. De eerste cursus heet ‘Theologie van de Reformatie’. Een mooie gelegenheid om samen met de studenten na te denken over de kernthema’s van het reformatorisch belijden, zoals ‘de rechtvaardiging van de goddeloze’, die Luther terecht zo benadrukt heeft. Maar ook de betekenis van de sacramenten, zoals door Calvijn verwoord, kan in zo’n cursus uitgebreidaan de orde komen.'

Theologisch onderwijs op Papoea

Ds. IJsselstein is niet de eerste zendingspredikant die ten behoeve van het theologisch onderwijs naar Papoea wordt uitgezonden. Een korte terugblik. Voor de ontwikkeling van het theologisch onderwijs op het eerste zendingsveld van de Gereformeerde Gemeente, het voormalige Nieuw Guinea, moeten we bijna vijftig jaar terug in de tijd. Na het pionierswerk van ds. G. Kuijt kwam er al snel behoefte aan theologische vorming. Mede door de wisselende politieke spanningen moest er rekening mee worden gehouden dat alle blanke zendelingen plotseling zouden moeten vertrekken. Wie zou hun plaatsen binnen de kerk dan kunnen innemen? Daarom is al vroeg begonnen met theologisch onderwijs.
Na de verschrikkelijke verwoesting van de post Nipsan op 11 mei 1974 wordt ds. C.G. Vreugdenhil versneld uitgezonden naar Irian Jaya, zoals het land ondertussen heet. Hij begint met een eenvoudige bijbelschool in Pass-Valley, het voormalige Abenaho, de eerste zendingspost van ZGG. In 1978 rondt de eerste groep studenten deze vierjarige opleiding af. Uit deze groep wordt een kleine groep studenten uitgekozen die een theologische opleiding krijgt op middelbaar niveau. Behalve een goed verstand hebben deze studenten door hun woorden en meer nog door hun daden trouw en liefde voor de Heere en Zijn dienst laten zien. Als zij hun opleiding afronden, hebben zij een periode achter de rug van onderwijs en toerusting in de kennis en uitleg van het Oude en Nieuwe Testament, maar ook in de gereformeerde leer, het kerkrecht en de kerkgeschiedenis.

Zendingswerkers

In februari 1982 worden de eerste predikanten bevestigd, nadat ze zijn ondervraagd door een kerkelijke commissie over genadestaat en roeping. Ook houden ze allemaal een proefpreek. Ds. Kuijt schrijft later over dit onderzoek: 'Het was een lange zit, zes preken na elkaar. Maar we werden het niet moe. Het waren bewogen, bijbelse en goed gereformeerde preken, al merk je wel dat er onderscheid in gaven is.'
Sinds 1984, het jaar waarin de kerk zelfstandig wordt, doet ze op eigen initiatief verzoeken aan Nederland om personele ondersteuning te ontvangen. De werkers zijn dus in dienst van de kerk overzee. In 2002 wordt ds. G.J. Baan beroepen om als theologisch docent les te geven aan de bijbelschool in Pass-Valley. Hij neemt dit beroep aan. De uitzending wordt verricht door ds. J. Driessen. In zijn toespraak zegt hij: 'Enerzijds is er de opdracht ‘Geeft gij hun te eten’ en anderzijds moet je er ook aan werken om jezelf overbodig te maken.' Deze lijn kenmerkt de positie van zendingswerkers die ter beschikking worden gesteld aan een zelfstandige kerk. Het zijn overigens niet alleen zendingspredikanten geweest die een belangrijke rol hebben gespeeld in het theologisch onderwijs op Papoea. Ook andere zendingswerkers zijn met dit doel uitgezonden. Te denken valt aan de heren C. Janse, A. van Kranenburg en C.J. van der Maas. Andere werkers zijn (deels) betrokken geweest bij toerusting van ambtsdragers, zoals G.I. Guiljam.

Ontwikkelingen

In de loop van de tijd zijn steeds meer Papoea’s in de gelegenheid om naar school te gaan. Ook het niveau van het onderwijs neemt in de loop van de jaren verder toe. Dat zijn vruchten op het intensieve alfabetiseringswerk en overige onderwijs. Het is ook een gevolg van de wereldwijde globalisering die ook Papoea niet voorbij gaat: grenzen en eeuwenoude gewoonten vallen weg en steeds meer jongeren kunnen na de middelbare school verder studeren. In de meeste gevallen gebeurt dat aan de kust of in Wamena. Jongeren komen daar in een heel andere wereld terecht dan de vertrouwde omgeving van de geïsoleerde dorpen in het binnenland waar ze zijn opgegroeid. Andere mogelijkheden voor onderwijs dus, maar ook andere verleidingen en valkuilen. De kerk investeert daarom in toerusting en begeleiding van jongeren die ver van huis en familie studeren.
Mede door deze ontwikkelingen ontstaat er binnen de kerk behoefte aan verdere ontwikkelingen van het theologisch onderwijs. De kerk onderzoekt mogelijkheden om te komen tot hoger theologisch onderwijs. Een vervolgopleiding dus op de middelbare theologische school (SMTK) in Pass-Valley. Op die manier kunnen studenten in een betrouwbare omgeving verder worden opgeleid in de theologie. Theologische universiteiten zijn er voldoende op Papua, maar de kerk maakt zich zorgen over het reformatorische gehalte van deze opleidingen.

Een nieuwe school

Begin september 2010 is het zover. De Sekolah Tinggi Teologi Reformasi (STTR) in Wamena start officieel en opent met gepaste trots de deuren van een prachtig, nieuw gebouw. Er zijn twee opleidingsrichtingen: de ene is de opleiding voor ambtsdragers in de kerk, inclusief de predikanten. De studenten die deze opleiding volgen, zijn soms al predikant en volgen deze opleiding dus voor verdere verdieping. Studenten die nog geen predikant zijn, worden het niet automatisch door deze opleiding: ze moeten daarna nog worden aangenomen door de kerk. De andere opleiding leidt op voor godsdienstdocent. Ongeveer twintig studenten worden toegelaten tot de studie. Ongeveer de helft volgt de kerkelijke richting.
Hoewel de school met de eerste lichting studenten het eerste cursusjaar gestart is, betekent dit niet dat alles al functioneert zoals men voor ogen heeft. Er moet de komende jaren hard gewerkt worden aan de kwaliteit van het onderwijs, ook vanwege de aangevraagde erkenning bij de Indonesische overheid. Die is nodig om erkende diploma’s uit te kunnen geven. Ook de opbouw en uitbreiding van een goede bibliotheek is een onderwerp dat nog de nodige aandacht vraagt. Verder bezint de kerk zich op de vraag hoe het onderwijs aan deze opleiding de gehele kerk, ook in het binnenland, ten goede kan komen. Misschien is dat nog wel het allerbelangrijkste.

Veel te doen

Ds. IJsselstein: 'Ik hoop dit jaar te starten met lesgeven. Het aantal uren zal zich vanzelf langzaam uitbreiden. Dogmatiek zal het belangrijkste vak zijn. Wat mij betreft een dogmatiek die niet alleen gegrond is op de Schrift en de traditie van de Reformatie (een woord waar de mensen hier veel betekenis aan hechten), maar ook vooral een dogmatiek die toekomstige predikanten praktische handvatten biedt bij hun werk in de gemeenten. Het gaat ook om de verwoording van wat de Schrift leert, de vertolking voor de gewone mensen in de gemeenten. Daarbij krijg ik waarschijnlijk ook het vak ‘belijdenissen’ toebedeeld: de catechismus, de Dordtse leerregels en de geloofsbelijdenis.
Ik hoop dat de opleiding aan de STTR zich vooral zal gaan richten op het toerusten van aanstaande predikanten en evangelisten, in de hoop dat die uiteindelijk ook terug zullen gaan naar het gebied waar zijn vandaan komen. Ik hoop dat het niet alleen zal gaan om meer kennis. Die maakt, zegt de Bijbel, ‘opgeblazen’. Er is meer nodig. De krachtige werking van de Geest is onmisbaar om onze broeders toe te rusten tot hun taak. Die Geest maakt ootmoedig en klein, en bekwaam om zo in de kerk te dienen. Die laat de zucht naar kennis om de kennis verbleken, en die geeft een diepe bewogenheid met medezondaars en een hartelijke drang om ook anderen voor Christus te winnen. Er is hier nog heel veel te doen. In lesgeven, maar ook in toerusting en begeleiding van predikanten, evangelisten en kerkenraden. ZGG zoekt mensen, op verschillende zendingsvelden. 'De oogst is groot, de arbeiders weinig. Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.'  

Eerder verschenen in Paulus 322 - maart 2011 

Werking van de Geest onmisbaar

Werking van de Geest onmisbaar

  • Download